Europese productnormen worden herzien; wat kunnen we verwachten?
dinsdag 31 maart 2026
In een eerder nummer van BEwerken schreven we over de herziene Bouwproductenverordening en de getrapte invoering hiervan. Een belangrijk onderdeel van deze veranderingen is dat de Europese productnormen worden aangepast, op basis waarvan CE markering moet worden afgegeven. De getrapte invoering betekent onder meer dat grote delen van de Bouwproductenverordening pas van kracht zijn als deze productnormen gereed zijn. Wat kunnen we hier van verwachten?
De Bouwproductenverordening is per 1 januari 2024 van kracht geworden. In eerste instantie betreft dit vooral onderdelen die het mogelijk maken dat de Europese Commissie het heft in handen neemt voor de herziening van de Europese productnormen. Dat gebeurt via standardization requests die per productgroep worden opgesteld en die feitelijk de opdracht zijn voor CEN (Europese Normalisatie Organisatie) om de normen aan te passen. Hiervoor wordt zo’n drie jaar uitgetrokken, inclusief het opstellen van de normen. Dit proces wordt Acquis genoemd. De productgroep aggregates (korrelvormige materialen waaronder ook recyclinggranulaat) is de tiende productgroep waarvoor dit proces is gestart. Dit was in het voorjaar van 2025. In het najaar van 2025 is ook de productgroep Road Materials (wegenbouwmaterialen) gestart. De verwachting is dat het standardization request veel bekends zal bevatten uit de nu bekende Europese productnormen, zoals de EN 13242 voor ongebonden aggregaten en de EN 12620 voor toeslagmaterialen voor beton. Een lastige eis die wordt gesteld is dat er maar één testmethode mag bestaan voor een bepaalde eigenschap. Een voorbeeld is de LA-waarde, waarvoor in andere landen andere methoden worden gehanteerd. Dit is een proef die iets zegt over de sterkte van de korrels. Voor bijvoorbeeld de bepaling van de Alkali Toeslagreactie bestaat er zelfs nog geen geharmoniseerde methode. Hierover moet dus nog de nodige discussie worden gevoerd.
Ook milieu-eigenschappen
Bovendien worden de productnormen uitgebreid met methoden voor het testen van uitloging, milieukwaliteit en voor de bepaling duurzaamheidsaspecten. Dit betekent dat de prestatieverklaring (verplicht document waarop de prestatie van het product moet worden vermeld) wordt uitgebreid. Dit houdt in dat de producent uitloogonderzoek moet doen volgens de Europees vastgestelde methode. Dit is echter een andere dan de huidige Nederlandse methode. Ook volgen er afspraken over monsterneming en bepaling van de keuringsfrequenties uit de Europese normen en niet meer vanuit de Nederlandse regelgeving. Voor mensen die goed zijn ingevoerd in deze regels, is duidelijk dat het grote problemen oplevert als dit niet goed gebeurt. De aloude Nederlandse kolomproef en aanpalende eisen moeten, rekening houdend met een overgangsperiode, worden ingetrokken als de Europese normen klaar zijn.
Andere veranderingen
Producenten worden volgens de nieuwe Bouwproductenverordening, net als bij de oude, duidelijk verantwoordelijk gesteld voor de kwaliteit van hun producten en de levering van informatie daarover. Dat gaat niet alleen via de prestatieverklaring, die ‘prestatie- en conformiteitsverklaring’ gaat heten, maar ook via de CE markering, aanvullende veiligheidsinformatie, gebruiksinformatie en ook informatie over de afvalfase van de producten. Voor dit alles wordt een productpaspoort ontwikkeld dat de informatie vindbaar en zichtbaar moet maken. Dit kan via digitale weg, want de Bouwproductenverordening onderkent dat digitale informatie-uitwisseling niet meer is weg te denken en administratieve lasten kan voorkomen. Interessant is de ruimte die de Bouwproductenverordening geeft voor private keurmerken. De nieuwe tekst geeft aan: ‘andere markeringen dan de CE-markering, met inbegrip van particuliere merktekens, mogen alleen op een product worden aangebracht, indien zij niet aangeven dat de prestaties van het product met betrekking tot essentiële kenmerken die onder toepasselijke geharmoniseerde technische specificaties vallen, moesten worden beoordeeld op een andere wijze dan die welke in deze verordening is vastgesteld’. Dit betekent dat een certificatieregeling de essentiële kenmerken wel mag vermelden, maar niet andere methoden mag voorschrijven of dergelijke. Omdat de Bouwproductenverordening de technische, milieu- en duurzaamheidseisen samenbrengt, mag worden verwacht dat dit voor Nederlandse certificatieregelingen ook interessant kan zijn. Het is de moeite waard dit te onderzoeken!
Rol Nederland
Nederland heeft gedegen en gedetailleerde milieuregelgeving, die voor een groot deel moet worden ingetrokken, als de productnormen van kracht worden. De lidstaat Nederland dient daarom adequaat in te spelen op de ontwikkelingen, om te voorkomen dat de voorsprong die er bestaat op gebied van bouwen, circulariteit en recycling niet een remmende voorsprong wordt. Nederland heeft haar regelgeving goed voor elkaar, maar er is geen garantie dat dat zo blijft als de Bouwproductenverordening geheel van kracht is. Het gelijk speelveld voor secundaire en primaire materialen en de goede balans tussen circulariteit, recycling en bodem- en milieubescherming staan al onder druk, maar dit neemt toe als dit niet goed wordt bewaakt. Het belang van Nederland vanuit recyclingoogpunt kan in deze niet genoeg worden benadrukt. Elders in dit nummer is te lezen dat er voorstellen worden gedaan om de einde-afvalregels voor recyclinggranulaten te combineren met de Europese productnormen. Dit brengt extra zorgen met zich mee, omdat de afwijkende uitloogvoorschriften die binnen de einde-afval regels worden voorgesteld ook impact kunnen krijgen op de productnormen.
Werk aan de winkel
De kans dat de strakke planning van de Europese commissie wordt gehaald, is niet goed in te schatten. Enerzijds zijn er vanuit technisch oogpunt nog de nodige vertraging te verwachten. Anderzijds heeft de Commissie laten zien (bij andere productgroepen), dat zij in staat is om voldoende druk op de ketel te zetten en de planning te halen. Dat kan in theorie betekenen dat over pakweg 2,5 à drie jaar er nieuwe normen zijn, die de bovengenoemde nieuwe eisen implementeren. En die hebben rechtstreeks invloed op de producenten van korrelvormige materialen voor de bouw.
- Beleid
Recycling- en afvalverwerkingsbedrijf Attero vraagt aandacht voor de petitie van vakbond FNV tegen de extreme verhoging van de belasting op de verwerking van restafval met 567 miljoen euro. De petitie...
Op donderdag 2 november 2023 organiseert de Stichting Arbocatalogus Afvalbranche (StAA) haar jaarlijkse congres. Dit jaar staat dat in het teken van werken met gevaarlijke stoffen. Het congres richt z...
Beleid
Ontwikkeling Europese einde-afval eisen voor recyclinggranulaten: grote gevolgen
24 maart 2026 De Europese Commissie werkt aan EU-brede einde afval (EoW)-criteria voor recyclinggranulaten. Het Joint Research Centre (JRC) wil op korte termijn de opdracht die het kreeg van de Europese commissie afronden. JRC doet voorstellen met daarin onder meer uitloogeisen, invulling van REACH eisen en een v... lees meer
Recycling
Veel isolatiemateriaal kan worden hergebruikt, maar belandt op stortplaats
8 januari 2026 Recycling van bouwmaterialen blijkt in de praktijk ontzettend moeilijk. Het meeste afval wordt afgevoerd naar stortplaatsen. Ook glas- en steenwol, dat daar helemaal niet zou mogen belanden. Zo blijkt uit onderzoek van vakblad Cobouw. lees meer