Van LAP3 naar CMP: een nieuwe fase voor de afval- en recyclingsector
dinsdag 7 april 2026
Op 30 december 2025 is het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) officieel vervangen door het Circulair Materialenplan (CMP). Daarmee breekt een nieuwe periode aan voor iedereen die werkt in afvalbeheer, recycling en grondstoffenmanagement.
De overgang raakt zowel bedrijven als overheden, vergunningverleners en handhavers. Waar LAP3 jarenlang de basis vormde voor de minimumstandaard in verwerking, zet het CMP een bredere stap: van afval naar materialen, van verwerking naar ketenregie en van naleving naar innovatie. Het LAP3 bood een beleidskader dat vooral gericht was op het voorkomen en beheersen van afval. Het bestond uit 85 sectorplannen met bijbehorende minimumstandaarden en vormde jarenlang de basis voor vergunningverlening. De nadruk lag op verwerking: inzamelen, recyclen, verbranden en storten. De sectorplannen fungeerden als toetsingskader en gaven richting aan de minimale hoogwaardigheid van verwerking.
Wat verandert er onder het CMP?
Onder CMP verschuift de focus naar de volledige materiaalketen. Niet alleen verwerking staat centraal, maar ook ontwerp, gebruik, reparatie en hergebruik. Vergunningverleners moeten voortaan werken met specifieke toetsingskaders die per onderwerp binnen het CMP zijn uitgewerkt. Deze kaders geven per onderwerp of materiaalstroom aan welke normen, afwegingen en wettelijke vereisten gelden. Ze bieden daarmee een eenduidige basis voor besluiten over bijvoorbeeld acceptatie, verwerking, bijzondere situaties en de omgang met zeer zorgwekkende stoffen. In de afvalplannen voor zestig materialen maken de toetsingskaders onderdeel uit van de besluitvorming over hoogwaardig verwerken, terwijl aanvullende ketenplannen inzicht geven in ontwerp, productie, gebruik en hergebruik. De kaders zorgen voor meer duidelijkheid, meer uniformiteit tussen omgevingsdiensten en een betere aansluiting op de circulaire ambities van Nederland.
Van sectorplannen naar ketenplannen
Het CMP introduceert ketenplannen voor zestig materialen. Deze plannen beschrijven de hele levenscyclus van een materiaal, van ontwerp tot verwerking. Daarmee stimuleert het CMP niet alleen recycling, maar ook preventie en hoogwaardiger hergebruik. De vroegere sectorplannen verdwijnen, waardoor de bekende Euralcodes en afvalstromen nu in bredere context worden beoordeeld. Deze verbreding betekent dat bedrijven hun processen opnieuw moeten evalueren en mogelijk aanpassen om binnen de nieuwe kaders te blijven. Voor veel organisaties vraagt dit om een combinatie van technische actualisatie, beleidsaanpassing en nauw overleg met het bevoegd gezag.
Expliciete mogelijkheden
Een veelgehoorde klacht onder LAP3 betrof de beperkte experimenteerruimte. CMP introduceert daarom expliciete mogelijkheden voor proefnemingen. Gemeenten en bedrijven kunnen – onder voorwaarden – afwijken van standaarden om innovatieve methoden te testen. Dit sluit aan bij de nationale ambitie om de circulaire economie te versnellen en maakt het eenvoudiger om nieuwe technieken sneller in praktijk te brengen. Met de komst van het CMP krijgen vermijdings en reductieprogramma’s een expliciete plek binnen vergunningverlening en bedrijfsvoering. Bedrijven moeten concreet laten zien welke maatregelen zij nemen om emissies naar bodem, lucht en water te voorkomen of te verminderen. Deze programma’s zijn geen vergunning op zichzelf, maar tonen aan dat een bedrijf bewust stuurt op risicovermindering. Het CMP verwijst rechtstreeks naar deze systematiek als verplicht onderdeel bij beleidskeuzes rondom verwerking en acceptatie. In verschillende vergunningaanvragen binnen de sector wordt steeds vaker gevraagd om deze programma’s inzichtelijk te maken, zodat het bevoegd gezag de naleving en borging kan beoordelen.
Praktische gevolgen voor bedrijven
De implementatie van CMP brengt ook nieuwe vragen en uitdagingen met zich mee. Omgevingsdiensten vragen in de praktijk vaker om aanvullende gegevens, onder meer over wateremissies, de aanwezigheid van ZZS en transparantie in de keten. Dit betekent dat bedrijven meer informatie moeten aanleveren en vaker metingen moeten uitvoeren. Veel bedrijven zetten al stappen in deze richting, maar de interpretatie van CMP is nog niet overal uniform. Hoewel het CMP meer vraagt van bedrijven, biedt het tegelijkertijd ook kansen. De afvalen recyclingbranche wordt nadrukkelijker gezien als een volwaardige ketenpartner binnen de circulaire economie. Dit betekent dat de expertise van bedrijven in materiaalbewerking meer erkenning krijgt, dat er ruimte ontstaat voor innovatieve verwerkingstechnieken en dat de sector een sterkere positie krijgt in het gesprek over circulaire oplossingen. Voorwaarde daarbij is wel dat gemaakte keuzes transparant zijn en aantoonbaar aansluiten bij de doelstellingen van het CMP.
Conclusie
De overgang van LAP3 naar CMP is meer dan een beleidsupdate: het is een modernisering van het hele systeem voor afval en materialenbeheer. CMP zet duidelijk in op ketendenken, hoogwaardig gebruik van materialen en innovatie. Tegelijkertijd vraagt het om nauwe samenwerking tussen bedrijven en overheid. De komende periode zal in het teken staan van integratie, interpretatie en verdere professionalisering. Het CMP geeft richting aan de volgende fase van circulair werken.
Irene Bouten, Embridge
- Circulaire Economie
- Focus
- Recyclen
Circulaire Economie
Van LAP3 naar CMP: een nieuwe fase voor de afval- en recyclingsector
7 april 2026 Op 30 december 2025 is het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) officieel vervangen door het Circulair Materialenplan (CMP). Daarmee breekt een nieuwe periode aan voor iedereen die werkt in afvalbeheer, recycling en grondstoffenmanagement. lees meer
Recycling
Veel isolatiemateriaal kan worden hergebruikt, maar belandt op stortplaats
8 januari 2026 Recycling van bouwmaterialen blijkt in de praktijk ontzettend moeilijk. Het meeste afval wordt afgevoerd naar stortplaatsen. Ook glas- en steenwol, dat daar helemaal niet zou mogen belanden. Zo blijkt uit onderzoek van vakblad Cobouw. lees meer